0
  • Geen producten in je winkelmand.

Mijn passie voor tekenen en schilderen was er altijd al.
Het maakt het voor mij mogelijk om te ontsnappen uit de realiteit van de dag en mijn eigen verhalen te vertellen.

Gerard schildert

Momentopnamen en contrasten
De schilderijen die ik maak zijn vaak momentopnamen.
De drukte is net weg. Bijna iedereen is vertrokken.
De weg is verlaten.
Verstilde beelden waar kleur en detail het verhaal vertellen.

Als schilder zie ik wat ik wil zien.
Ik benadruk dat wat er voor mij toe doet.
Het is een uitdaging om dat moment vast te leggen.

Ik gebruik in mijn onderwerpen graag contrasten:
Het verschil in landschap en licht tussen Marokko en Alaska.
Het beetje licht op de zolders van een molen en het felle licht door het raam van buiten.
De menselijke maat van mijn kleindochters in een verstedelijkte omgeving.
Teloorgang en vernieuwing in de Rotterdamse haven.
Gestapelde containers in contrasterende kleuren.

De Da Vinci Methode
Voor me op tafel ligt de biografie van Leonardo Da Vinci, geschreven door Walter Isaacson.
Ik vraag me af wat hij, na alles wat al bekend is, nog meer over Leonardo Da Vinci zou kunnen vertellen.

Als ik de inleiding lees ben ik gelijk verkocht. Isaacson schrijft aanstekelijk.
Een week later leg ik, geïnspireerd door zoveel nieuwe kennis over Da Vinci, het boek terug op tafel.

Zo’n drie jaar geleden heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben ik schoorvoetend het pad van het vrije schilderen opgegaan.
Schoorvoetend omdat ik als grafisch ontwerper geen idee had of deze weg ergens naar toe zou leiden.

Op m’n 18e koos ik, mede op aanraden van de tekenleraar, voor de kunstacademie.
De opleiding werd uiteindelijk grafisch ontwerpen.
Communiceren met beeld, passie voor typografie, het analyseren van een opdracht maken het ontwerpvak voor mij zo aantrekkelijk.

50 ontwerpjaren later houd ik nu kwasten vast, maak papier nat om op te spannen en werk met pigmenten en eieren om verf te maken.
In de cursussen, die ik zo nu en dan volg, hou ik me vooral bezig met techniek en materiaal.

‘Je moet alles losgooien en grote gebaren maken,’ hoor ik de docenten roepen.
Ik leer vooral van ze hoe ik niet wil schilderen.
Zo hebben de lessen voor mij toch een meerwaarde.

Isaacson beschrijft heel gedetailleerd de werkwijze van Da Vinci.
Bijvoorbeeld dat hij, merkwaardig genoeg, vrijwel altijd in een gespiegeld handschrift zijn uitvindingen beschreef.
Hij visualiseerde deze ideeën met prachtige tekeningen.
Da Vinci was een fenomenaal tekenaar.
Lijn voor lijn, laag voor laag en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid bracht hij als een illustrator zijn ideeën en uitvindingen in beeld.

Op dezelfde wetenschappelijke manier werkte hij aan zijn muurschilderingen en schilderijen.
Compositie, kleur, perspectief; over alles dacht hij na tot in de kleinste details.
Zo werkte hij ook aan de Mona Lisa.
Hij sleepte het schilderij 13 jaar met zich mee en bij zijn dood stond het nog steeds in zijn atelier.
.
In deze biografie over Da Vinci kom ik thuis.
Mijn conclusie is dat Da Vinci niet alleen kunstenaar en uitvinder was.
Hij was vooral ook grafisch ontwerper!
De zorgvuldige opbouw van zijn schilderijen in dunne lagen, zijn kalligrafische handschrift,
en de geïllustreerde voorstudies van zijn projecten zijn voor mij een feest om naar te kijken.

Exposities
Het exposeren kan mij maar gewoon het beste overkomen.
Ik ben er niet gericht naar op zoek, maar aardige verzoeken om mijn werk te exposeren honoreer ik met alle plezier.

Exposities: molen De Hoop Swartbroek, Het Raadhuis Ravenstein, Dates Rotterdam, Kapel Avezaath.
de Paterskerk Weert, Agnietenklooster Tiel, Gezondheidscentrum Hillegersberg, Kijkraam Hillegersberg,
Emmahuis Rotterdam.